ZON EN REGEN.
Graan, de velden,
voorzichtig de zon,
‘n wolk wil beletten,
de dag die begon,
weert warmte beneden,
stuurt de regen omlaag,
weet zelf niet de reden,
en kent niet de vraag.
Was daar aanwezig,
toen de zon haar bescheen,
liet vallen het zweet,
niet wetend waarheen!
Zal weer verdwijnen,
als wind haar stuurt,
of wellicht de zon
haar stralen vuurt.
Het graan, de velden,
zijn ook partij,
zijn zeer tevreden
en met beiden blij!