Nostalgie

In een wat nostalgische bui denk ik nog weleens terug aan vroeger, en nee, ik ben niet van “toen was alles beter”.
Niet alles was toen beter maar ik was jong, nog barstensvol plannen en dromen en de wereld was nog helemaal open. Zorg was een gevoel wat ik misschien bij moeder nog weleens dacht te kunnen zien maar aan mij ging dat nog voorbij. Bijna alles wat verboden werd noodzaakte om uit te zoeken waarom. Wat niet direct verboden was, was dan waarschijnlijk ook niet interessant. In bomen klimmen kon nog net, maar klimmen in een hoge schoorsteen van de steenfabriek in het dorp waar we toen woonden mocht beslist niet. Een reden dus om het wel te doen. Aan de binnenkant zaten op regelmatige afstanden haken waarop je naar boven kon klimmen. Soms ontbrak er weleens zo'n haak en dan moest ik een heel grote stap maken. Ik was een jaar of tien/elf dus mijn benen waren nog niet op de volle lengte maar het lukte! Helemaal bovenin gekomen, op een hoogte van zo'n 35 meter bleek dat de toren niet echt helemaal stabiel was. Duidelijk was te merken dat hij steeds, al was het maar weinig, op en neer bewoog. Dat was wel even schrikken maar nu ik er toch was moest ik in elk geval toch maar even zwaaien naar mijn vrienden beneden. Die hadden het niet aangedurfd dus ik was even de held. Weer naar beneden dalend vergat ik al snel het heldendom want angstig geworden werden mijn benen steeds minder stabiel. Toen ik op een moment ook nog even met mijn voet moest zoeken naar de opvolgende haak, er was er hier weer een tussenuit, deed ik wat ik in de kerk nooit van harte deed namelijk bidden! Het hielp in zoverre dat ik uiteindelijk wel beneden kwam al gingen de laatste twee meter wel met een klap omdat ik de haak miste. Ondanks de pijn van de val raapte ik me weer bijeen voor ik door het toegangs gat naar buiten kwam. “Prachtig daarboven jongens”. Dat moet je zien! Ik was de enige die dat vond want ze hadden allemaal mijn landing meegekregen! Ikzelf durfde het mijn moeder niet te vertellen en de schaafwonden verklaarde ik met van een muurtje gevallen. Aan liegen had ik een hekel maar in dit geval klopte het dan ook bijna. Het was alleen niet van maar uit een muurtje! Natuurlijk waren mijn vrienden onder de indruk maar ook jaloers. De wraak was dat twee dagen later mijn moeder was ingelicht. Om toen voor mij onbegrijpelijke redenen schrok die alsnog. Ik vroeg me toen wel af hoe je later kon schrikken voor iets wat eerder goed is afgelopen. Nu, na het assisteren bij de opvoeding van mijn eigen kinderen weet ik wat mijn moeder toen moet hebben gevoeld. Ik realiseer me nu ook dat ik destijds niet flink maar eerder naïef was, en eigenwijs! Iets wat later nog wel vaker een rol heeft gespeeld bij mij. Vooral de laatste karaktertrek heeft daarbij al lang bij velen een vaste plaats gekregen.

Berlia